BMI-check

Overgewicht vroeg signaleren in de huisartsenpraktijk

Door Gijs Bodenstaff · Laatst gecontroleerd: · Medische controle: [in te vullen: medisch redacteur]

Voor huisartsen, POH en praktijkmanagers

Je signaleert overgewicht vroeg door drie dingen te combineren: een EPD-selectie op ICPC T82 en T83 en op ontbrekende BMI-waarden, het meten van de buikomvang bij iedereen met een BMI ≥ 25, en het benutten van spreekuren die je al hebt, zoals de DM2- en CVRM-controles. Zo vind je mensen met een BMI van 25 tot 35 voordat de complicaties er zijn.

In het kort

  • Het NHG adviseert T83 bij BMI 25–29,9 en T82 bij BMI ≥ 30, met attentiewaarde; bij BMI ≥ 40 ook contra-indicatie 3156 (NHG-registratieadvies, mei 2022).
  • De richtlijn adviseert de buikomvang te meten bij alle volwassenen met BMI ≥ 25; vergroot is ≥ 88 cm bij vrouwen en ≥ 102 cm bij mannen (Richtlijn overgewicht en obesitas, juli 2023).
  • Volgens een samenvatting van de NVD noemt de NHG-Standaard 2025 preventie geen huisartsentaak (NVD, oktober 2025). Signaleren gebeurt dus vooral binnen bestaande zorg.
  • In 2025 steeg het aantal bij de huisarts bekende mensen met overgewicht of obesitas met 39% (Nivel, juli 2026).

Waarom vroeg signaleren?

Hoe eerder iemand de juiste hulp krijgt, hoe kleiner de stap. Bij een BMI van 28 met een grote buikomvang is een leefstijlprogramma vaak genoeg. Bij een BMI van 42 met diabetes en slaapapneu gaat het om zwaardere behandelingen. Toch komt obesitas vaak pas ter sprake als de complicaties er al zijn. Onderzoek van Wageningen University laat zien dat sommige mensen tot 10 jaar wachtten voordat ze chirurgische hulp zochten (Nieuws voor Diëtisten, maart 2026).

De groep is groot. Van de volwassenen in Nederland heeft 50,0% overgewicht en 15,6% obesitas (CBS/RIVM Gezondheidsmonitor 2024). Per gemeente loopt het obesitaspercentage uiteen van 7,9% tot 29,2%. Kijk bij het obesitaspercentage in jouw gemeente hoe jouw werkgebied scoort. Signaleren is de eerste bouwsteen van het plan van aanpak om overgewicht vroeg te bereiken.

Wat het NHG zegt, en wat we niet konden controleren

We willen hier eerlijk zijn. De volledige tekst van de NHG-Standaard Obesitas (oktober 2025) was voor ons niet toegankelijk. We baseren ons op openbare samenvattingen:

  • De Nederlandse Vereniging van Diëtisten schrijft dat de herziene standaard preventie geen huisartsentaak noemt en dat medicatie aanvullend aanbod is (NVD, 30 oktober 2025).
  • Een samenvatting in het Nederlands Tijdschrift voor Diabetologie noemt geen actieve screening bij volwassenen; gewicht bespreek je als het bijdraagt aan de klacht (december 2025).
  • Het Nederlands Tijdschrift voor Leefstijlgeneeskunde vat de standaard samen als evidence-based screening, systematische follow-up en een integrale aanpak met sociale en medische factoren (oktober 2025).

Wat we niet konden vinden: letterlijke NHG-aanbevelingen over actieve case finding bij volwassenen en over de rol van de POH-somatiek bij obesitas. Daarom stellen we hier geen landelijke screening voor. Wat we wel voorstellen: gebruik momenten waarop de patiënt al bij je is en het gewicht bijdraagt aan de klacht. Dat past bij alle drie de samenvattingen.

Stap 1: de EPD-selectie

Begin met wat je al weet. Het NHG-registratieadvies bij de standaard geeft een helder kader (mei 2022):

  • T83 Overgewicht bij BMI 25–29,9.
  • T82 Obesitas bij BMI ≥ 30, met attentiewaarde. Die blijft zichtbaar, ook als het gewicht later normaal is.
  • Contra-indicatie 3156 (morbide obesitas) bij BMI ≥ 40, vanwege de veranderde farmacokinetiek.
  • Bepalingen: gewicht (357), lengte (560) en BMI (1272).

Laat de praktijkmanager drie lijsten maken: patiënten met een BMI ≥ 25 in bepaling 1272 maar zonder T82 of T83; patiënten met DM2, hypertensie of hart- en vaatziekten zonder BMI in het afgelopen jaar; en patiënten met T82 of T83 zonder gemeten buikomvang. Die lijsten zijn je werkvoorraad voor de komende maanden, geen belrondes. Je gebruikt ze om bij het volgende contact gericht te vragen.

Stap 2: de buikomvang meten

De BMI zegt niet alles. De richtlijn overgewicht en obesitas (2023) adviseert de buikomvang te meten bij alle volwassenen met BMI ≥ 25. Zo meet je:

  1. De patiënt staat rechtop, op de blote huid.
  2. Zoek het punt halverwege de onderste rib en de bovenkant van het bekken.
  3. Noteer de uitkomst in centimeters in het dossier, bij voorkeur als vaste bepaling.

Vergroot is ≥ 88 cm bij vrouwen en ≥ 102 cm bij mannen; het risico stijgt al vanaf 80 en 94 cm. Voor andere afkomst gelden andere grenzen, bijvoorbeeld Aziatisch 80 cm (vrouw) en 85 cm (man), Sub-Sahara Afrikaans 80 en 94 cm. Voor 70-plussers geldt overgewicht pas bij BMI 28–30 (Richtlijn overgewicht en obesitas, 2023).

Stap 3: het risico inschatten met de GGR-tabel

Met BMI, buikomvang en comorbiditeit bepaal je het gewichtsgerelateerde gezondheidsrisico (GGR). Dat bepaalt de route. De tabel komt uit de multidisciplinaire richtlijn van 2023; of de NHG-Standaard 2025 exact dezelfde tabel gebruikt, konden we niet controleren.

GGR en advies per BMI-klasse (Richtlijnendatabase, tabel 13.1, 2023)
BMIZonder vergrote buikomvang of comorbiditeitMet vergrote buikomvangMet comorbiditeit
25–30Licht verhoogd: adviezen gezonde leefstijlMatig verhoogd: basis GLIMatig verhoogd: basis GLI met aanvullende zorg
30–35Matig verhoogd: adviezen gezonde leefstijlSterk verhoogd: basis GLISterk verhoogd: basis GLI met aanvullende zorg
35–40Sterk verhoogd: basis GLIExtreem verhoogd: gespecialiseerde GLIExtreem verhoogd: gespecialiseerde GLI
≥ 40Altijd extreem verhoogd: gespecialiseerde GLI

Onder comorbiditeit valt veel: cardiometabole en respiratoire aandoeningen, artrose, maag-darmaandoeningen, urogenitale en fertiliteitsproblemen en psychische of psychosociale problematiek. De doelgroep voor vroeg bereiken is vooral de groep met BMI 25–35 en een vergrote buikomvang of comorbiditeit. Voor hen is de gecombineerde leefstijlinterventie in het basispakket de passende stap.

Stap 4: signaleren tijdens bestaande spreekuren

Gelegenheidsgericht signaleren kost weinig extra tijd, omdat de patiënt er al is. De minuten in de tabel zijn een richtinschatting van de redactie voor het signaleren en vastleggen, niet voor de hele behandeling.

Signaleringsmomenten: wie, wanneer en hoeveel minuten
MomentWieWanneerExtra minuten
DM2-controlePOH-somatiekKwartaal- of jaarcontrole3–5
CVRM-controlePOH-somatiekJaarcontrole3–5
COPD-controlePOH-somatiek of praktijkverpleegkundigeJaarcontrole3–5
Consult artrose knie of heupHuisartsBij de klacht2–3
Slaapklachten, snurkenHuisartsBij de klacht2–3
Balie of telefoonDoktersassistentBij hulpvraag over gewicht1

Bij een DM2-, CVRM- of COPD-controle meet je gewicht en BMI al. Voeg de buikomvang toe en stel één open vraag, met toestemming. Hoe je dat zegt zonder te beschuldigen, staat bij woordkeuze en toestemming in het gesprek over gewicht.

Stap 5: wachtkamer en balie

Veel patiënten willen wel over hun gewicht praten, maar durven niet te beginnen. De wachtkamer kan die drempel verlagen. Hang de A3-poster op en zet de slide op het wachtkamerscherm. Beide verwijzen met een QR-code naar de BMI-rekenhulp die niets opslaat.

A3-poster met de vraag Kom ik in aanmerking voor hulp bij mijn gewicht, drie stappen van BMI-check tot samen kiezen, en een QR-code
Wachtkamerposter A3 met drie stappen en een QR-code naar de BMI-check. Bron: Overgewicht Nederland (2026).
Slide voor het wachtkamerscherm met de vraag Wil je praten over je gewicht, het cijfer 15,6 procent obesitas en een QR-code
Wachtkamerscherm 16:9 met het landelijke obesitascijfer. Bron: CBS/RIVM Gezondheidsmonitor (2024).

Geef de doktersassistent een vaste zin voor de telefoon en de balie, bijvoorbeeld:

"Wilt u het over uw gewicht hebben? Dan plan ik een dubbel consult, dan is er genoeg tijd. U kunt thuis alvast de gesprekskaart invullen."

Zo komt de patiënt voorbereid binnen, met de ingevulde gesprekskaart. Poster, scherm-slide en kaart vind je bij de wachtkamerposter, het scherm en andere praktijkmaterialen.

Praktijkvoorbeeld

Stel: een vrouw van 1,65 m komt voor haar jaarlijkse CVRM-controle en weegt 80 kg. Haar BMI is 80 gedeeld door 1,65 × 1,65 (2,72) = 29,4. Dat is overgewicht, T83. De POH meet haar buikomvang: 92 cm. Dat is boven de grens van 88 cm. Volgens de GGR-tabel is haar risico matig verhoogd, met als advies de basis GLI. Ze heeft ook hypertensie, dus er is comorbiditeit.

De POH vraagt: "Mag ik het met u hebben over uw gewicht in relatie tot uw bloeddruk?" Ze zegt ja. Na vijf minuten is duidelijk dat ze wel wil, maar geen idee had dat er een vergoed programma is. De POH registreert T83, de buikomvang en een vervolgafspraak voor een dubbel consult. De verwijzing naar de GLI volgt daarna via ZorgDomein. Meer over de keten staat bij samenwerken met leefstijlcoach, diëtist en sociaal domein.

Veelgestelde vragen over signaleren in de praktijk

Is actief screenen op overgewicht een taak van de huisarts?

Nee, volgens openbare samenvattingen van de NHG-Standaard 2025 is actieve screening bij volwassenen geen huisartsentaak, en noemt de standaard preventie geen huisartsentaak. Signaleren binnen bestaande contacten past wel, vooral als het gewicht bijdraagt aan de klacht. Daarom werkt dit plan met bestaande spreekuren als signaleringsmoment.

Welke ICPC-code gebruik ik bij een BMI van 27?

Bij een BMI van 27 registreer je T83 Overgewicht, volgens het NHG-registratieadvies. T83 geldt voor BMI 25 tot en met 29,9. Vanaf BMI 30 wordt het T82 Obesitas, met attentiewaarde. Leg ook de bepalingen gewicht, lengte en BMI vast, zodat een latere selectie in het HIS werkt.

Waarom blijft de attentiewaarde bij T82 staan na afvallen?

De attentiewaarde bij T82 blijft staan omdat obesitas een chronische aandoening is met een grote kans op terugval. Ook bij een normaal gewicht blijft het relevant voor medicatie, operaties en toekomstige risico's. Zo ziet elke zorgverlener in de praktijk de voorgeschiedenis, ook jaren later. Meer over obesitas als chronische ziekte met veel oorzaken.

Wanneer registreer ik contra-indicatie 3156?

Contra-indicatie 3156 (morbide obesitas) registreer je bij een BMI van 40 of hoger. Het NHG adviseert dit vanwege de veranderde farmacokinetiek: sommige middelen werken anders of vragen een andere dosis. De apotheek krijgt zo een signaal. Meer over verwijzen bij deze groep staat in de verwijshulp met criteria voor bariatrie.

Moet ik de buikomvang ook meten bij een normaal gewicht?

Nee, de richtlijn adviseert de buikomvang te meten bij volwassenen met een BMI van 25 of hoger. Bij een normale BMI is het geen standaardmeting. Bij een BMI van 25 tot 35 bepaalt de buikomvang juist of iemand in aanmerking komt voor een vergoed leefstijlprogramma.

Welke buikomvanggrens gebruik ik bij een patiënt van Aziatische afkomst?

Bij Aziatische afkomst geldt een lagere grens: 80 cm bij vrouwen en 85 cm bij mannen, volgens de richtlijn overgewicht en obesitas (2023). Voor Chinese afkomst is dat 81 en 83 cm, voor Sub-Sahara Afrikaanse afkomst 80 en 94 cm. Ook de BMI-afkapwaarden wijken voor andere etniciteiten af.

Gelden voor 70-plussers andere grenzen voor overgewicht?

Ja, voor 70-plussers spreekt de richtlijn pas van overgewicht bij een BMI van 28 tot 30, in plaats van 25. Ook de GGR-tabel geeft aan dat de afkapwaarden voor deze groep afwijken. Kijk bij ouderen daarom naast de BMI vooral naar comorbiditeit en naar wat de patiënt zelf wil.

Hoe maak ik een EPD-selectie op overgewicht zonder T-code?

Selecteer patiënten met een BMI-waarde (bepaling 1272) van 25 of hoger zonder episode T82 of T83. Voeg een tweede lijst toe met DM2 of hypertensie zonder BMI in het afgelopen jaar. De praktijkmanager of de HIS-leverancier kan de query bouwen. Hoeveel tijd dit kost, lees je bij de urenraming en tarieven voor de praktijk.

Moeten we patiënten van de selectielijst actief bellen?

Nee, de selectielijst is bedoeld om bij het volgende contact gericht te vragen, niet voor belrondes. Dat past bij de samenvattingen van de NHG-Standaard, die geen actieve screening bij volwassenen noemen. Een brief of poster mag wel, zolang de patiënt zelf kiest of hij erop ingaat.

Welke rol heeft de doktersassistent bij signaleren?

De doktersassistent hoort vaak als eerste dat iemand over gewicht wil praten. Met een vaste zin plant zij een dubbel consult in en wijst op de gesprekskaart. Zij hoeft niet te wegen of te adviseren. De gesprekskaart staat bij de gratis downloads voor de wachtkamer.

Kan de wachtkamerposter patiënten afschrikken?

De poster is juist gemaakt om de drempel te verlagen, zonder kilo's, voor-en-na-foto's of beschuldigende taal. De vraag staat centraal: "Kom ik in aanmerking voor hulp bij mijn gewicht?" Hang hem op ooghoogte, niet naast de weegschaal. Zo voelt niemand zich aangesproken die dat niet wil. Bekijk de poster en andere materialen voor de wachtkamer.

Hoeveel extra minuten kost signaleren tijdens een DM2-controle?

In onze richtinschatting kost het 3 tot 5 minuten extra per DM2-controle: buikomvang meten, één open vraag met toestemming en de registratie. Het gewicht meet je al. Wil de patiënt verder praten, plan dan een apart consult in. Dat voorkomt dat de controle uitloopt.

Wat doe ik als een patiënt niet over zijn gewicht wil praten?

Respecteer dat en noteer het, zonder oordeel. Zeg dat de patiënt er altijd later op terug kan komen. Een nee is vaak een nee voor nu. Hoe je later opnieuw begint, lees je bij toestemming vragen voor het gesprek.

Welke comorbiditeit telt mee voor de GGR-tabel?

Voor de GGR-tabel telt een brede groep aandoeningen mee: cardiometabole en respiratoire aandoeningen, maligniteiten, artrose, maag-darmaandoeningen, urogenitale en fertiliteitsproblemen en psychische of psychosociale problematiek. Eén daarvan is genoeg om het risico een stap hoger in te schatten, volgens tabel 13.1 van de richtlijn uit 2023.

Hoe zien we of het signaleren resultaat heeft?

Tel na drie maanden het aantal T82/T83-registraties, het aandeel met gemeten buikomvang en het aantal GLI-verwijzingen. Een stijging in registraties betekent vooral dat je mensen ziet die er al waren. Meer indicatoren staan in de indicatoren die je zelf meet.

Bronnen