BMI-check

Verwijzen en samenwerken rond overgewicht

Door Gijs Bodenstaff · Laatst gecontroleerd: · Medische controle: [in te vullen: medisch redacteur]

Voor huisartsen, POH en praktijkmanagers

Bij overgewicht en obesitas kies je de verwijsroute op basis van het gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR): licht verhoogd betekent leefstijladvies in de eigen praktijk, matig of sterk verhoogd de basis-GLI, extreem verhoogd de gespecialiseerde GLI, en pas daarna komen medicatie of een bariatrisch centrum in beeld. Deze pagina zet de routes, de partners en de afspraken die je met hen maakt op een rij.

In het kort

  • De GGR-tabel uit de multidisciplinaire richtlijn (2023) koppelt BMI, buikomvang en comorbiditeit aan een behandelroute (Richtlijnendatabase, tabel 13.1).
  • De GLI duurt 24 maanden, valt onder de basisverzekering en kost de patiënt niets: geen eigen risico en geen eigen bijdrage (Zorginstituut Nederland, 29-05-2026).
  • Diëtetiek: maximaal 3 uur per jaar uit de basisverzekering, wél onder het eigen risico van € 385 in 2026 (Menzis, 2026).
  • Obesitas staat niet op de lijst van chronische aandoeningen voor fysiotherapie (Zorginstituut Nederland, geraadpleegd 25-09-2026).
  • Nazorg na bariatrie is geen huisartsenzorg; die blijft bij het centrum (NHG/LHV, via VoedingOnline 14-10-2025).

Routekaart: welke route bij welk GGR?

Verwijzen op alleen de BMI is te grof. De richtlijn combineert de BMI met de buikomvang (vergroot bij vrouwen vanaf 88 cm, bij mannen vanaf 102 cm) en met comorbiditeit, zoals diabetes type 2, hypertensie, slaapapneu, artrose of psychosociale problemen. Daaruit volgt het GGR, en het GGR bepaalt de route. Heb je de patiënt nog niet in beeld? Begin dan bij overgewicht vroeg signaleren met ICPC T82 en T83 en voer daarna het gesprek over gewicht zonder stigma.

Routekaart per GGR (bronnen: Richtlijnendatabase tabel 13.1, 2023; Zorginstituut Nederland GLI, 29-05-2026; NHG-Standaard Obesitas, okt. 2025)
GGR (voorbeeld)RouteVerwijzerVergoeding
Licht verhoogd (BMI 25–30, geen vergrote buikomvang of comorbiditeit)Adviezen gezonde leefstijl in de praktijkHuisarts of POHRegulier consult
Matig verhoogd (BMI 25–30 met vergrote buikomvang of comorbiditeit)Basis-GLI; bij comorbiditeit met aanvullende zorgHuisarts of POH/praktijkverpleegkundigeBasisverzekering, geen eigen risico
Matig verhoogd (BMI 30–35, geen vergrote buikomvang of comorbiditeit)Adviezen gezonde leefstijl, opnieuw bespreken bij veranderingHuisarts of POHRegulier consult; GLI niet verzekerd
Sterk verhoogd (BMI 30–35 met vergrote buikomvang of comorbiditeit, of BMI 35–40 zonder)Basis-GLI; bij comorbiditeit met aanvullende zorgHuisarts of POH/praktijkverpleegkundigeBasisverzekering, geen eigen risico
Extreem verhoogd (BMI 35–40 met vergrote buikomvang of comorbiditeit, of BMI ≥ 40)Gespecialiseerde GLIHuisarts, eventueel met specialistBasisverzekering, geen eigen risico
Na ≥ 1 jaar GLI met < 10% gewichtsverlies (BMI ≥ 35 met comorbiditeit of ≥ 40)Medicatie overwegen, GLI loopt doorHuisartsAfhankelijk van middel en voorwaarden
BMI ≥ 40, ≥ 35 met ernstige comorbiditeit, of ≥ 30 met slecht ingestelde DM2Bariatrisch centrum (screening)Huisarts via ZorgDomeinBasisverzekering, onder eigen risico

Kanttekening: de GGR-tabel komt uit de multidisciplinaire richtlijn van 2023. Of de NHG-Standaard 2025 exact dezelfde tabel gebruikt, konden we niet controleren. Voor 70-plussers en voor mensen met een niet-Europese achtergrond gelden andere afkapwaarden (Richtlijnendatabase, 2023).

Routekaart per gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico: licht naar leefstijladvies, matig en sterk naar basis-GLI, extreem naar gespecialiseerde GLI
Van GGR naar route. Bron: Richtlijnendatabase, multidisciplinaire richtlijn overgewicht en obesitas, tabel 13.1 (2023).

Praktijkvoorbeeld

Stel: een vrouw van 1,70 m weegt 95 kilo en heeft een buikomvang van 96 cm. Haar BMI is 95 ÷ (1,70 × 1,70) = 95 ÷ 2,89 = 32,9. Met een vergrote buikomvang valt ze in de GGR-klasse sterk verhoogd. De route is de basis-GLI. Met hypertensie erbij wordt het basis-GLI met aanvullende zorg. Voor een maagverkleining komt ze met deze BMI alleen in aanmerking als ze ook slecht ingestelde diabetes type 2 heeft.

Verwijzen naar de GLI

De GLI is een programma van 24 maanden: maximaal vier kwartalen behandelfase en vier kwartalen onderhoudsfase (NZa-regeling GLI, in werking 1-1-2026). Er zijn negen erkende programma's voor volwassenen, zoals de BeweegKuur, SLIMMER, CooL en Keer Diabetes2 Om (RIVM Loketgezondleven, geraadpleegd 25-09-2026). Meer over de inhoud voor patiënten staat bij het leefstijlprogramma GLI met twee jaar begeleiding.

  1. Stel het GGR vast en leg BMI, buikomvang en comorbiditeit vast in het HIS.
  2. Toets de motivatie. De richtlijn verwijst bij motivatie; een GLI die start zonder motivatie eindigt vaak voortijdig.
  3. Verwijs via ZorgDomein naar een gecontracteerde leefstijlcoach. Huisarts en POH/praktijkverpleegkundige zijn de primaire verwijzers (PON-factsheet, jan. 2023). Bij DSW kan ook een internist of cardioloog verwijzen (DSW, 2026).
  4. Vraag om terugkoppeling. De leefstijlcoach rapporteert over intake, voortgang en afronding.
  5. Plan een jaarcontrole na afloop. De richtlijn noemt jaarlijkse controle bij de huisarts na de GLI.

Een voorbeeld van hoe een zorggroep dit regelt: Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL, regio Delft, Westland en Waterweg) heeft de BeweegKuur en CooL bij alle verzekeraars gecontracteerd, zonder maximum aan het aantal verwijzingen. Verwijzen gaat via ZorgDomein en de leefstijlcoach rapporteert binnen 4 weken na de intake aan de huisarts (ZEL, geraadpleegd 25-09-2026). Let op de contractstatus: bij een niet-gecontracteerde aanbieder vergoedt DSW bijvoorbeeld 75% van het maximumtarief (DSW, 2026).

Van de deelnemers stopte 41% voortijdig (RIVM-rapport 2025-0085). Bespreek vooraf wat twee jaar betekent en spreek af dat de coach uitval meldt.

Gespecialiseerde GLI en andere hulp

De richtlijn adviseert gespecialiseerde GLI of andere hulp bij onder meer BMI ≥ 35, laaggeletterdheid, lage sociaaleconomische status, een migratieachtergrond, een psychiatrische voorgeschiedenis of een vermoeden van een eetstoornis (Richtlijnendatabase, module GLI, 2023). Vraag je zorggroep welke aanbieder die rol heeft en of de coach ervaring heeft met tolken of een aangepast tempo. Bij een vermoeden van een eetstoornis gaat diagnostiek voor.

Diëtist en fysiotherapie

De NHG-Standaard 2025 noemt de diëtist expliciet als onderdeel van de GLI (NVD, 30-10-2025). Buiten de GLI vergoedt de basisverzekering maximaal 3 uur dieetadvisering per kalenderjaar bij een medisch doel. Dat valt onder het eigen risico; een verwijzing is niet nodig (Menzis, 2026). Benoem die drempel in het gesprek.

Fysiotherapie ligt anders. Overgewicht, obesitas, diabetes en hart- en vaatziekten staan niet op de lijst van chronische aandoeningen (Zorginstituut Nederland). Volwassenen met een aandoening op die lijst krijgen pas vanaf de 21e behandeling vergoeding uit de basisverzekering (Rijksoverheid, 15-09-2026). Beweegbegeleiding bij overgewicht loopt dus via de GLI of via een aanvullende verzekering.

Sociaal domein, armoede en de netwerkaanpak

Overgewicht hangt vaak samen met schulden, eenzaamheid of stress, en een leefstijlprogramma lost dat niet op. De richtlijn adviseert daarom een centrale zorgverlener of coördinator die passend verwijst over het medische en het sociale domein, bijvoorbeeld bij armoede of isolement (Richtlijnendatabase, module gepersonaliseerde zorg, 2023).

Partnerschap Overgewicht Nederland (PON) werkte dit met zeven gemeenten uit in het landelijk (basis)model netwerkaanpak voor volwassenen (april 2023). Daarin is de huisarts poortwachter en coördinator, geeft de POH-somatiek individuele educatie en ondersteunt zelfmanagement, en regisseert de praktijkverpleegkundige het multidisciplinaire aanbod (PON-tool Taken en verantwoordelijkheden). In Rotterdam zit een centrale zorgcoördinator 4 uur per week per wijk in de huisartsenpraktijk, met een intake van 1 uur. Zo zijn 350 mensen naar passende hulp geleid (Gezond010, gemeente Rotterdam). Wil je dit voor je eigen gemeente? De handreiking en het competentieprofiel staan gratis op aanpakovergewicht.nl.

Medicatie en het bariatrisch centrum

Volgens de NHG-Standaard (oktober 2025) overweeg je medicatie bij BMI ≥ 35 met comorbiditeit of BMI ≥ 40, na minstens een jaar GLI met minder dan 10% gewichtsverlies. De GLI loopt door. Stop bij minder dan 5% gewichtsverlies na 12 weken op de maximale dosis (Farmacotherapeutisch Kompas, peildatum 25-09-2026). Achtergrond voor de patiënt staat bij medicijnen bij obesitas en de voorwaarden.

Voor bariatrische chirurgie verwijs je via ZorgDomein naar een centrum naar keuze van de patiënt. Stuur BMI, voorgeschiedenis, medicatie, recente labwaarden en de psychiatrische voorgeschiedenis mee. De criteria staan uitgewerkt bij de criteria voor een maagverkleining volgens de NHG, en de actuele wachttijden voor een maagverkleining per centrum lopen van 1 tot 142 dagen (ZorgkaartNederland, 25-09-2026). Handig in de spreekkamer: de verwijshulp bariatrie met verwijskaart.

Belangrijk voor je afspraken: nazorg na bariatrie is geen huisartsenzorg. NHG en LHV namen die niet op in de standaard van 2025, omdat er geen ketenprogramma of financiering voor is (VoedingOnline, 14-10-2025). Leg daarom bij verwijzing vast dat het centrum de follow-up, het laboratoriumonderzoek en de suppletie regelt, en dat de praktijk een kopie van het nazorgplan krijgt.

Samenwerkingsafspraken maken: checklist

Gebruik deze lijst voor een overleg met je zorggroep, de GLI-aanbieders en het wijkteam.

  • Welke GLI-aanbieders zijn bij welke verzekeraars gecontracteerd, en is er een maximum aan verwijzingen?
  • Welk ZorgDomein-product gebruik je per aanbieder en welke gegevens stuur je standaard mee?
  • Binnen hoeveel weken rapporteert de coach na intake, tussentijds en bij uitval?
  • Wie doet de meting na 12 en 24 maanden, en hoe komt die in het HIS?
  • Welke aanbieder heeft de gespecialiseerde GLI, en wie is de centrale zorgcoördinator?
  • Hoe verwijs je naar schuldhulp, welzijn of het wijkteam, en wie belt terug?
  • Wat doet het bariatrisch centrum in de nazorg, en wat verwacht het van de praktijk?
  • Hoe blijft de keuze van de patiënt vrij: welke centra en aanbieders toon je?

Onafhankelijkheid is hier geen bijzaak. Deze site biedt geen vergoedingen of voordelen voor verwijzers, en toont alle centra. Een overzicht van de tijd die dit vraagt en van de tarieven staat bij tijdsinvestering en kosten van een obesitasaanpak. De stappen samen vind je in het plan van aanpak voor de huisartsenpraktijk.

Je lokale sociale kaart bijhouden

Maak één praktijkmedewerker eigenaar van de sociale kaart en loop hem twee keer per jaar na. Neem op: GLI-aanbieders met contractstatus, diëtisten, de buurtsportcoach, het wijkteam, schuldhulp, welzijnswerk, lotgenotencontact en de bariatrische centra in de regio. Handige bronnen zijn Loket Gezond Leven (databank erkende leefstijlinterventies), de Vitaalkaart (lokale zorg- en hulpverleners) en de Wijktekening van Kenniscentrum Sport & Bewegen. Sommige GGD's hebben een leefstijlspreekuur waarnaar huisarts of POH kan verwijzen, zoals GGD Gelderland-Zuid. Printbare hulpmiddelen voor de wachtkamer en spreekkamer staan bij de materialen en tools voor de huisartsenpraktijk.

Veelgestelde vragen over verwijzen en samenwerken

Mag een POH zelf naar de GLI verwijzen?

Ja, volgens de factsheet van Partnerschap Overgewicht Nederland zijn huisarts en POH of praktijkverpleegkundige de primaire verwijzers naar de GLI. Wel moet uit de verwijzing blijken dat er minimaal een matig verhoogd gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico is. Spreek in de praktijk af wie het GGR vaststelt. De route per risico staat in de routekaart per GGR.

Welke gegevens horen in een GLI-verwijzing via ZorgDomein?

Neem in elk geval BMI, buikomvang, relevante comorbiditeit, medicatie en je inschatting van de motivatie op. Zo kan de leefstijlcoach de intake direct goed richten. Vermeld ook bijzonderheden zoals laaggeletterdheid of een tolkbehoefte. Wat de patiënt zelf over het programma leest, staat bij het leefstijlprogramma GLI.

Wat doe je als een patiënt voortijdig stopt met de GLI?

Plan een gesprek om de reden te bespreken, zonder verwijt. Uit RIVM-onderzoek blijkt dat 41% van de deelnemers voortijdig stopt, vaak door gebrek aan motivatie of tijd. Soms past een andere aanbieder, een gespecialiseerde GLI of eerst hulp uit het sociaal domein beter. Tips voor dat gesprek vind je bij het gesprek over gewicht in de spreekkamer.

Wanneer kies je de gespecialiseerde GLI in plaats van de basis-GLI?

Kies de gespecialiseerde GLI bij een extreem verhoogd GGR, dus BMI ≥ 40 of BMI 35–40 met vergrote buikomvang of comorbiditeit. De richtlijn noemt ook laaggeletterdheid, lage SES, een migratieachtergrond en een psychiatrische voorgeschiedenis als reden. Vraag je zorggroep welke aanbieder die rol in jouw regio heeft.

Kan een patiënt tegelijk naar de diëtist en de GLI?

Ja, dat kan, en de NHG-Standaard 2025 noemt de diëtist zelfs als onderdeel van de GLI. Let op de kosten: diëtetiek buiten de GLI valt onder het eigen risico, de GLI niet. Stem met de coach af wie welk deel oppakt. Een kostenoverzicht voor de patiënt staat bij tijd en kosten voor de praktijk.

Waarom wordt fysiotherapie bij obesitas meestal niet vergoed?

Omdat obesitas niet op de lijst van chronische aandoeningen van het Zorginstituut staat. Alleen voor aandoeningen op die lijst betaalt de basisverzekering vanaf de 21e behandeling. Beweegbegeleiding bij overgewicht loopt daarom via de GLI of een aanvullende verzekering. Voor bijvoorbeeld artrose van heup of knie bestaat een aparte regeling.

Wat doet een centrale zorgcoördinator bij overgewicht?

Een centrale zorgcoördinator doet een uitgebreide intake en leidt de patiënt naar passende hulp in zorg en sociaal domein. In Rotterdam werkt deze als POH in de huisartsenpraktijk, 4 uur per week per wijk. De rol komt uit de PON-netwerkaanpak. Hoe je patiënten eerst in beeld krijgt, lees je bij overgewicht signaleren in de praktijk.

Hoe betrek je de gemeente bij de aanpak van overgewicht?

Begin bij de beleidsmedewerker gezondheid of het sociaal wijkteam en leg de netwerkaanpak van PON op tafel. Gemeenten betalen de onderdelen in het sociaal domein, zoals welzijn en schuldhulp. Deel ook de lokale obesitascijfers; die staan per gemeente op overgewicht per regio.

Wat leg je bij een bariatrische verwijzing vast over de nazorg?

Leg vast dat het centrum de follow-up, het laboratoriumonderzoek en de suppletie regelt, en dat de praktijk een kopie van het nazorgplan krijgt. NHG en LHV namen nazorg na bariatrie in 2025 niet op als huisartsenzorg. Meer over het traject staat bij de uitleg over maagverkleining.

Mag de patiënt zelf het bariatrisch centrum kiezen?

Ja, de patiënt kiest zelf, en jij verwijst via ZorgDomein naar dat centrum. Bespreek wachttijd, reisafstand en de nazorglocatie, want de follow-up duurt jaren. Een neutrale vergelijking van alle centra vind je bij de wachttijden per bariatrisch centrum.

Moet een patiënt eerst de GLI doen voor bariatrie?

Meestal wel: de criteria vragen onvoldoende resultaat van eerdere behandeling, en de GLI is bij BMI ≥ 35 de standaard eerste stap. Het centrum beoordeelt dit bij de screening. Een verplicht gewichtsverlies vóór de operatie noemt de chirurgische richtlijn (NVVH, 2020) niet. De criteria op een rij staan bij kom ik in aanmerking.

Hoe houd je de sociale kaart actueel?

Wijs één eigenaar aan en controleer de kaart twee keer per jaar. Check contractstatus, contactpersoon en wachttijd van elke aanbieder. Gebruik Loket Gezond Leven en de Vitaalkaart als startpunt. Laat collega's melden als een verwijzing vastliep, zodat de kaart bij de praktijk blijft passen.

Welke samenwerkingsafspraken leg je vast met een leefstijlcoach?

Leg vast wanneer de coach rapporteert, wie de metingen doet en wat er gebeurt bij uitval. Bij zorggroep ZEL rapporteert de coach binnen vier weken na intake. Spreek ook af hoe de coach signalen uit het sociaal domein doorgeeft. De volledige checklist staat hierboven onder samenwerkingsafspraken.

Krijgt de praktijk iets voor verwijzingen naar deze site of een centrum?

Nee. Deze site geeft geen vergoedingen, aanbiedingen of voordelen aan verwijzers, en toont alle centra en behandelingen. WeightWorks is partner van de site en staat daarom zichtbaar vermeld. Hoe die samenwerking werkt, lees je bij over deze site en onze partner.

Wat doe je bij een vermoeden van een eetstoornis?

Stel eerst de diagnose voordat je naar een leefstijlprogramma verwijst. De richtlijn noemt een vermoeden van een eetstoornis als reden voor gespecialiseerde hulp in plaats van de basis-GLI. Een programma gericht op afvallen kan het probleem anders verergeren. Overleg zo nodig met de POH-GGZ of een gespecialiseerde behandelaar.

Bronnen